 |
|
Vakmatigheid,
artisticiteit en persoonlijke mening
Jureren met verse ogen
Elke beoordeling van kunst is per definitie subjectief. Punt. Waar de
ene toeschouwer geraakt wordt door het kale toneelbeeld, heeft de ander
niets om naar te kijken. Einde discussie. Toch moeten juryleden en selectiecommissies
van vele (provinciale) theaterfestivals aan de hand van vooropgestelde criteria
deze subjectiviteit objectiveren en pogen hun waardeoordeel toetsbaar te
maken. Want hoe vergelijk je een goed gespeelde klucht met een rapversie
van Romeo en Julia? En hoe waardeer je een voorstelling als vier van de
vijf spelers fantastisch spelen en de vijfde voortdurend loopt te schmieren?
criteria van theatercritici
In het boek Theaterkritiek in Nederland worden 25 theatercritici -werkzaam
bij landelijke en regionale kranten- gevraagd naar hun criteria waarmee
zij een voorstelling positief dan wel negatief beoordelen. Opvallend is
dat geen enkele criticus los komt van zijn eigen subjectieve kijk en vooral
zichzelf als uitgangspunt neemt. 'Er gebeurt iets dat mij vertelt dat
het goed is. Ik vrees dat het puur gevoelsmatig is. Het heeft te maken
met de adem van de zaal en de adem van de spelers. Die moeten elkaar raken',
zegt Hanny Alkema (Trouw). Hein Janssen (Volkskrant) formuleert zijn criteria
als volgt: 'Het belangrijkste is dat ik ervaar dat de spelers en makers
bevlogen zijn. Een voorstelling moet een noodzaak hebben. Er moet een
soort gretigheid vanaf stralen. Ze moeten het perse nu aan mij willen
vertellen.' En Peter Liefhebber (Telegraaf) kijkt, naast dat hij door
een voorstelling geraakt moet worden, naar de stemming in de zaal: 'Mensen
kunnen een applaus faken, of een lach, maar nooit een concentratie van
twee uur.' Maartje Somers (Het Parool) wil graag door een voorstelling
worden afgetroefd waardoor ze opveert en met 'verse ogen gaat kijken'.
jaar in het duister
Ook Martin Schouten beschrijft in zijn boek Een jaar in het duister -
toneeldagboek van een eenmansjury- zijn belevenissen als curator voor
het Theaterfestival 2003-2004. Een korte selectie uit zijn dagboek over
zijn manier van kijken en jureren: …Maar waarom dit stuk? Wat de regisseur
ermee wil zeggen is me uit de voorstelling niet duidelijk geworden… …Ik
neem geen examen af, ik zit daar om geraakt te worden. Wat ik meemaak,
daar gaat het om en dan weet ik meteen of iets goed is, makkelijk zat…
…De voorstelling is een meesterwerk dat mij uit het hart is gegrepen.
Alle walging en woede van de afgelopen jaren zitten erin. Zo hoort theater
te zijn: groots en meeslepend, vol pijn en vermaak, en bovenal handelend
over ons, hier en nu, op deze plek op het aardrond, over ons hart of wat
daar voor doorgaat… …Ik twijfel dus toch, maar toen ik een tweede keer
ging kijken voelde ik een duidelijke nee in mij opwellen… …Ik ben geroerd,
wat is dit toch mooi. Ah, wat maakt die voorstelling mij gelukkig! Natuurlijk
had het allemaal beter gekund, al zou ik ook niet zo gauw weten hoe, but
what the hell, dat dit gebeurt, dat alleen al!
subjectiviteit toetsbaar maken
Geraakt worden, ontroerd raken, een duidelijk nee-gevoel krijgen en gelukkig
worden van een voorstelling; het zijn zeer subjectieve criteria die bij
iedere geoefende toneelkijker tot de verbeelding spreken, maar die zo
weinig concreet zijn voor een maker of speler. Dat geldt ook voor het
amateurtheater in Nederland. Helene Meyer, destijds provinciaal toneeladviseur
van de provincie Noord-Brabant, ontwikkelde in 1988 een beoordelingssysteem
met als doel de toneeljurering zo gelijkwaardig en uniform mogelijk te
doen verlopen. Dit beoordelingssysteem werd later in 2001 bewerkt tot
een handleiding voor het amateurtheater bij het opzetten en beoordelen
van theaterfestivals door Elsbeth Rozenboom.
vakmatigheid en artisticiteit
De basis van het oorspronkelijke jurysysteem van Meyer bestaat nog steeds
uit drie fasen. In de eerste fase wordt gekeken naar toneeltekst (inhoud
en dramaturgie), regie (regieconcept, mise-en-scene, tempo en ritme),
spelkwaliteiten (inzet en spelplezier, rol en spelinvulling en samenspel)
en toneelbeeld (inrichting en eenduidigheid). Een jurylid kan voor dit
onderdeel maximaal 30 punten geven. De tweede fase beoordeelt de artisticiteit
van de voorstelling. Er worden punten toegekend aan vitaliteit, oorspronkelijkheid,
theatraliteit, integriteit en zeggingskracht. Voor deze fase kunnen de
makers van de voorstelling 10 punten krijgen. Het laatste onderdeel van
dit jureringssysteem is fase 3 waarin de voorstelling in zijn totaal wordt
beoordeeld. Fase 3 is vergelijkbaar met het geven van een rapportcijfer
van minimaal 1 en maximaal een 10. Door nu aan iedere fase een ander gewicht
te hangen, kan een voorstelling objectiever beoordeeld worden. Fase 1
telt voor 60 % mee, fase 2 voor 20% en ook de totaalindruk bepaalt voor
20% de eindscore van de voorstelling. In deze opzet van Meyer telt de
vakmatigheid zwaarder mee (60%) dan de persoonlijke waardering van een
jurylid (40%).
criteria TheaterCircuit
Ondanks deze poging tot objectiviteit, blijft het voor een jury of selectiecommissie
een flinke klus het kaf van het koren te scheiden en die voorstellingen
te selecteren die er werkelijk toe doen. Rozemarijn Schouwenaar is projectleider
van het TheaterCircuit. Negen vaste selecteurs bezoeken per jaar gemiddeld
70 tot 80 voorstellingen in Nederland en zij nomineren uiteindelijk de
beste zes voorstellingen voor de Arend Hauerprijs tijdens de Theater4daagse.
Iedere selecteur rapporteert aan de hand van een beoordelingsformulier
de kwaliteit van de voorstelling. De criteria zijn zeven stellingen die
met een ja of nee voldoende of onvoldoende bevonden worden:
-De voorstelling bezit kwaliteit
-De voorstelling geeft een meerwaarde aan de programmering van kleine
theaters
-De voorstelling inspireert
-De voorstelling is met fascinatie voor inhoud gemaakt
-De voorstelling biedt de beleving van de speler voldoende kansen
-De voorstelling heeft duidelijk vormbesef
-De voorstelling bezit een hoog spelniveau
beleving is altijd subjectief
Maar wat is kwaliteit? En inspireert de voorstelling de ene selecteur
niet meer dan een ander? Moeten we misschien stoppen om objectief te willen
jureren omdat dat per definitie niet mogelijk is? Rozemarijn Schouwenaar:
'De beleving van een voorstelling ligt altijd bij de kijker en is dus
altijd subjectief, zelfs als de criteria goed zijn. Een voordeel is dat
alle selecteurs veel voorstellingen zien zodat ze een kader hebben van
waaruit ze kunnen kijken. Toch heeft iedere selecteur zijn eigen criteria:
blijft een voorstelling hangen, geeft de voorstelling stof tot nadenken?
Ik ken een selecteur die een voorstelling aanbeveelt als hij het gevoel
heeft dat hij iemand mee kan nemen naar die voorstelling. Daarnaast spelen
praktische overwegingen mee: is een prachtige locatievoorstelling wel
te verplaatsen naar kleine theaterzaal?'
twijfels
En toch slaat de twijfel bij 2 van de 10 voorstellingen toe. Rozemarijn
Schouwenaar: ,,Alles hoort te kloppen, de voorstelling moet een geheel
te zijn, dat is moeilijk in taal uit te leggen. Soms wisselt de spelkwaliteit
van de spelers sterk in een goed gespeelde voorstelling. Wat moet je daarmee?
De discussie aan gaan. Daarbij moet een stuk vaak groeien. Niet iedere
amateurtheatergroep speelt een voorstelling 10 keer. Toch is er vaak een
groot verschil tussen de eerste en de laatste voorstellingen. Als we twijfelen,
komt er vaak een tweede selecteur langs die de voorstelling ook beoordeelt
of ik bel de regisseur op voor een toelichting."
debat belangrijker dan oordeel
Jureren is een vak apart. Je hoort aan de hand van vooropgestelde criteria
objectief je werk te doen, terwijl dat een onmogelijk streven blijkt te
zijn. Want je kunt je eigen beleving tijdens het kijken niet uitschakelen.
En dat moet ook niet. Belangrijker is dat het oordeel van een jury een
debat kan vormen tussen maker en beoordeellaar. Het gaat om de dialoog
zodat beiden verder komen. Of zoals Martin Schouten in zijn boek beschrijft
als hij zijn long list bekend heeft gemaakt: 'het Parool heeft een commentaartje
op mijn long list. Mijn keuze wordt betreurd. Als tegenzet publiceert
de krant een eigen top-tien. Leuk, zo komt het debat al meteen op gang,
daar ga ik graag op in'. |
|