cv   Amerikaans model inspireert culturele sector om aanstaande bezuinigingen het hoofd te bieden:

'Measure your treasures'

In het middagprogramma van het congres 'Cultuur rekent op draagvlak' bijt Randy Cohen (Vice President Local Arts Advancement van Americans for the Arts) het spits af door de recent ontwikkelde National Arts Index in een klein uur op enthousiaste wijze in sterke oneliners aan zijn publiek toe te lichten. De Amerikaanse blije boodschap valt goed bij het wat somber gestemde Nederlandse publiek dat de aankomende bezuinigingen bevreesd te gemoed ziet. 'You make me feel I almost want to be an American' aldus Adriana Esmeijer van het Prins Bernard Cultuurfonds tijdens het slotdebat over deze 'new hope from overseas'. Met de nadruk op almost.

De National Arts Index is nieuw. In januari 2010 werd hij voor het eerst gepubliceerd. De index geeft informatie over de 'vitaliteit van kunst en cultuur in de Verenigde Staten' . Op basis van 76 databestanden die alle 76 even zwaar meewegen kunnen zeer verschillende aspecten binnen het artistieke en culturele domein gemeten worden en daarmee zichtbaar gemaakt worden. Zeer belangrijk, volgens Andy Cohen, om de 'beslissers' in dit domein te overtuigen van het feit dat investeren in kunst en cultuur zich dubbel en dwars terug betaalt. Volgens hem is kunst essentieel om een natie gezond en vitaal te houden. De eerste oneliner die deze middag valt en vat meteen de kern van de index samen: 'Measure your treasures'. Daarnaast voorziet de index volgens Cohen in de behoefte eenzelfde taal te ontwikkelen die door iedereen gesproken en verstaan kan worden.

Kunst in een product
De index laat verschillende trends en ontwikkelingen in het Amerikaanse kunstbestel gedurende de periode 1998 - 2008. Het jaar 2003 vormt daarbij steeds het ijkpunt. Hoewel de toelichting van Andy Cohen vooral bestaat uit statistieken, percentages en cijfers, maakt de index een paar interessante ontwikkelingen zichtbaar die ook voor de Nederlandse sector interessant kunnen zijn. Bijvoorbeeld: sinds 2002 neemt het aantal Amerikanen dat naar theater gaat, een museum bezoekt of naar een concert gaat af, terwijl het aantal mensen dat zelf aan actieve kunstbeoefening doet (zelf in een koor zingen, beeldhouwen of een muziekinstrument bespelen) duidelijk toeneemt. Ook opvallend: het percentage minderheden onder de Amerikaanse autochtone bevolking stijgt langzaam, terwijl het aantal organisaties dat zich etnisch onderscheid en zich juist richt op minderheidsgroepen sneller stijgt. Ook de gevolgen van technologische ontwikkelingen maakt de index zichtbaar: zo is in 5 jaar tijd de bedrijfstak die zich bezighoudt met muziek cd's en dvd's gehalveerd. Net als zijn voorganger en collega Bob Lynche, benadrukt ook Andy Cohen opnieuw dat kunst en economie hand in hand gaan en ook zo benadert dient te worden: 'Arts and culture are an product that needs to be sold.' De index is blijkbaar een handig instrument, iets wat Nederland vooralsnog ontbeert. Jamilla van der Meulen van het Centraal Bureau van de Statistiek gaat na de toelichting van Cohen met hem in gesprek over de National Arts Index. In het tweegesprek dat volgt worden vrij specifieke vragen gesteld waarbij vakkennis over de sector en statistieken nodig zijn. Niet erg toegankelijk voor diegene die te weinig kennis heeft van de materie. Wel wordt al snel duidelijk dat het lastig is het effect van kunst inzichtelijk te maken. Jamilla vraagt Andy bijvoorbeeld welke indicator er nodig is om de creativiteit en de ontwikkeling van talent in een land te meten. Welke gegevens gebruik je? Hoe bepaal je de kwaliteit van al die indicator? En hoe vertaal je al die verschillende gegevens naar vergelijkbare gegevens die je in één index kunt verwerken? De Amerikaanse index is er één om jaloers op te worden.

So far behind
Ilona Kish van het Europese forum voor kunst en erfgoed Culture Action Europe vat haar gevoel op een cynisch Britse toon treffend samen: 'We are so far behind.' Maar wel zonder Robert Redfern, zo voegt ze daar spottend aan toe, refererend aan de vele Amerikaanse sterren die ambassadeur zijn voor Americans for the Arts. Kish benadrukt dat haar organisatie de afgelopen 15 jaar al veel heeft bereikt, maar ook dat er nog een lange weg te gaan is. Het verhaal uit Amerika heeft haar geïnspireerd en heeft haar laten zien wat Europa nodig heeft: steekhoudend beleid op de lange termijn, samenwerken door alle sectoren heen, allianties smeden en concrete doelen stellen. 'Het is niet moeilijk om te vertellen dat kunst belangrijk is. Het is wel moeilijk om concrete doelen te vertalen naar structureel beleid', aldus Ilona Kish. De titel van de campagne 'We are more' sluit duidelijk aan bij de huidige visie van Culture Action Europe en de stappen die deze belangbehartiger in de toekomst moet zetten.

In het slotdebat reageren vier vertegenwoordigers van Nederlandse organisaties en fondsen op wat ze gehoord hebben tijdens de conferentie. Achter de microfoons zitten Adriana Esmeijer van het Prins Bernard Cultuurfonds, Marieke van Schaik van de BankGiro Loterij, Huub Blankenberg van Vereniging Rembrandt en Margot Generé van het Nederlands Uitburo. Alle vier vertellen ze hoe hun organisatie anticipeert op de huidige economische ontwikkelingen en hoe ze geïnspireerd zijn door het Amerikaanse succesverhaal. Marieke: 'In Nederland zijn we niet gewend kunst als product te zien. We moeten creatiever worden, ons meer richten op de markt en investeren in relaties. Huub: 'Er is een mentaliteitsverandering nodig'. Margot: 'Het is tijd te definiëren wat leiderschap is. Daar moeten we ons op bezinnen, ook al zit dat minder in onze genen dan de Amerikanen.' Rob Lynch heeft een eenvoudig advies: 'Focus on what you can do' en staar je niet blind op dat wat je niet kunt veranderen. In Europa is kunstbeleid een grote taak van de overheid en die traditie moet je koesteren. Opnieuw benadrukt Cohen dat lobbyen een groot onderdeel vormt van de werkzaamheden van Americans for the Art. 'Om de overheden en toekomstige financiers te overtuigen heb je verschillende argumenten nodig. Gebruik die argumenten die bij je doelgroep het meeste resultaat zullen hebben.'
Zou dit Amerikaanse model grond kunnen vinden in de Nederlandse taaie klei? In een land waarbij de verschillende disciplines nog vaak in verschillende organisaties zijn ondergebracht, de professionele- en amateurkunst nog strikt gescheiden worden gehouden, lijkt één stem, één belangenvertegenwoordiger voor de hele culturele sector een utopie. Simon Reinink, directeur van het Concertgebouw en gastheer voor de conferentie, peilt op het eind van de middag kort wie een dergelijk spreekbuis als Americans for the Art in Nederland noodzakelijk acht. Een flink aantal handen in de zaal gaat de lucht in.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de culturele sector naar alle waarschijnlijkheid € 200 miljoen moet bezuinigen. Een buitenproportionele maatregel volgens de culturele sector in Nederland die zich hevig verzettend, probeert te mobiliseren met brandbrieven en manifesten. Echter, in de beperking toont zich de meester. Bezuinigingen hoeven niet tot een kaalslag te leiden. Dat bewijst American for the Arts, maar zelfs dichterbij in Engeland en in België waar na drastische kortingen in overheidssubsidies begin jaren 80 zeer getalenteerde makers zijn opgestaan in de dans- en theaterwereld (België) en community arts (Engeland). De Nederlandse culturele sector kan van al deze succesverhalen nog veel leren. Een mooie klus voor de op te richten 'Nederlanders voor de kunst'.


actueel
teksten
publicaties
contact