cv  

Muziektheater krijgt smoel tijdens Aprilweek

Ieder jaar organiseert de opleiding Docent Theater in Leeuwarden in de maand april een speciale inspiratieweek voor theaterstudenten en afgestudeerde kunstvakdocenten. De zevende editie van deze Aprilweek vindt plaats van 6 tot en met 9 april 2010 en heeft als overkoepelend thema 'Theater & Muziek' meegekregen. De opleiding Docent Theater werkt hiertoe samen met de Academie voor Popcultuur en Kunstfactor. De eerste drie dagen volgen studenten workshops van muziektheaterspecialisten als Marijke Beversluis (THIM), Niels Vermeulen (Yo-opera), Huib Folmer (De Kunst) en Thijs de Wit (PIPSLAB). De week wordt afgesloten met een studiedag waarin verschillende makers en visies met betrekking tot het maken van muziektheater de revue passeren.

Tijdens het plenaire gedeelte op het eind van de studiedag, vat Gudrun Beckmann (studieleider van de opleiding Docent Theater in Leeuwarden) de oogst van de Aprilweek 2010 als volgt samen: 'Word goed in je eigen vak zodat jij anderen kunt inspireren. En zoek de juiste vakbroeders en zusters die samen met jou willen maken.' Daarmee tipt ze haar toehoorders en benoemt ze ongemerkt de kracht èn het manco van muziektheater. Want muziektheater - zo leert deze Aprilweek- vereist interdisciplinair makerschap. Vanuit twee disciplines een voorstelling opbouwen tot een stevig huis. Wanneer één van de twee disciplines onverhoopt wordt weggelaten, stort dat lijvige huis in en blijft er niets over dan een ondefinieerbare hoop bakstenen die ooit SAMEN dat prachtige onderkomen vormden. Muziektheater kent een complex maakproces en is een dure tak van sport. Want naast een theatermaker is ook een componist bij het artistieke maakproces betrokken. Hoe realistisch is die werkwijze voor theaterdocenten die veelal terecht komen in het onderwijs of het amateurtheatercircuit? Renate van den Broek, afgestudeerd kunstvakdocent, maakt zich daar niet druk over: 'Ik ben hier niet om te leren hoe ik muziektheater kan maken. Dat is voor mij sowieso onhaalbare kaart want dat kan de theatergroep die ik regisseer niet betalen. Ik laaf me aan de kijkopdrachten die Marijke Beversluis geeft. Haar analytische, grondige werkhouding inspireert mij vooral als theatermaker.'

'Muziek is niet leuk, maar noodzakelijk'
Donderdagochtend, half tien. Marijke Beversluis leidt de workshop 'Theater en/of Muziek' en bespreekt met de studenten een voorstelling die ze de avond daarvoor hebben gezien. Aan de hand van vijf vragen wordt de voorstelling 'Een missverkiezing' van het Volksoperahuis tegen het licht gehouden. De eerste vraag behelst of in één zin kan worden samengevat waar de voorstelling overgaat. Geen makkelijke opgave. Een student vertelt: 'Ik heb daar niet over nagedacht, ik vroeg me de hele tijd alleen maar af: waarom kies je nu voor muziek, waarom zing je dit?' . Marijke Beversluis: 'De makers hebben niet de intentie gehad om muziektheater te maken, toch is het goed om op deze manier naar de voorstelling te kijken.' Tevens benadrukt Beversluis het verschil tussen multidisciplinair gebruik van theater en muziek (de disciplines worden naast elkaar gebruikt) en interdisciplinair gebruik van beide disciplines (muziek en theater zijn onlosmakelijk met elkaar verweven). Er wordt instemmend geknikt. Rianne Kleefman (2de jaars student aan de Popacademie) vertrekt net als Marijke graag vanuit de inhoud: 'Marijke gaat ervan uit dat muziek daadwerkelijk iets toevoegt. Daar ben ik het mee eens. Niet omdat het leuk is muziek te gebruiken, maar omdat het noodzakelijk, functioneel is. Het gaat erom dat je het verhaal dat je wilt vertellen, vertelt. Vertrekkend vanuit de inhoud. En of dat nu met beeld, tekst, dans of muziek is, of in combinatie, dat maakt niet uit. De inhoud bepaalt voor welke discipline je kiest.' Na de korte analyse en een snelle warming-up gaan de studenten in vier groepen uiteen. De dag daarvoor hebben ze gewerkt aan een muziektheaterscène geïnspireerd op een existentieel thema naar keuze: liefde, verraad of dood. 'Ga nu je scène perfectioneren en laat je niet verleiden tot discussie, maar ga doen' . Dat is een onnodige opmerking, want als iets blijkt uit de sfeer van werken tijdens de workshops en de studiedag is dat (afgestudeerde) docenten Theater vooral erg graag doen.

Het PIPSLAB houdt zich zichtbaar met totaal iets anders bezig. In de grote, donkere theaterzaal van de opleiding maken de studenten onder leiding van Thijs de Wit opnames van monden die 'Raar' , 'Zwangerrrrrr' , 'Altijd' en 'Nee' zeggen. Verderop ligt een student met een kussen onder haar T-shirt in bevallingspose, terwijl een ander met een pen iets in de lucht schrijft wat vervolgens op een groter scherm zichtbaar wordt. De studenten zijn techneuten, performers, muzikanten en dj's tegelijkertijd. Alles wordt live gemaakt en is zichtbaar voor het publiek. Natasha Taylor, 4de jaars student Vormgeving aan de Popacademie: 'Door het strenge format waarbinnen we moeten werken, zijn we filmpjes gaan maken. Die zijn we gaan samenvoegen tot een geheel.' Dat geheel is een muzikale compositie van beelden, geluiden en filmpjes over 'bevruchting, zwangerschap en leven' die live worden opgenomen en later in een vooraf bepaalde beat terug komen. PIPSLAB geeft met deze werkdemonstratie een eigentijds antwoord op de vraag wat muziektheater voor hen is. En kan zijn. Het contrast met de gedegen workshop van Marijke Beversluis, waarbij de inhoud de vorm bepaalt, is groot.

De workshop van Huib Folmer, muzikant en beeldend theatermaker, is concreet en praktisch van toon. De centrale vraag van zijn driedaagse is: hoe gebruik je muziek in een theaterscène? Huib Folmer vertrekt net als PIPSLAB vanuit vorm. De studenten werken in groepjes aan verschillende scènes uit de wereldliteratuur en proberen tekst en inhoud van die scènes met muziek passend te versterken. Ieder groep bestaat uit een regisseur, musici en acteurs. Er wordt hard gewerkt en de onderlinge kruisbestuiving tussen studenten Theater en studenten van de Popacademie in deze workshop is groot.

'Zorg dat het af en toe schuurt'
'We doen eerst de natte straat, dan de wekker en het mes, vervolgens Nature boy en Niets is geheel waar' . Niels Vermeulen van Yo-opera schrijft op aanwijzing van een student de volgorde van de performance op het whiteboard. Vermeulen staat garant voor de workshop 'Collectieve theatraal & muzikale maakproceesen' en maakt met de studenten een muzikaal hoorspel. Lijven, instrumenten en dagelijkse gebruiksvoorwerpen worden ingezet om tot een performance te komen. 'Zorg dat het af en toe schuurt.' Daarmee bedoelt Niels dat de luisteraar verrast mag worden op contrasterende geluiden. Een lieflijk liedje met op de achtergrond het zachte, nare raspen van een broodmes op de armleuning van een houten stoel. Dat soort werk. De bedoeling is dat het publiek alleen gaat luisteren naar de compositie. De timing luistert nauw, het jargon - 'natte straat, de zoemtoon en de plusgroep' - is na drie dagen intensief werken met elkaar onnavolgbaar geworden voor buitenstaanders. Roy en Roel, beiden eerste jaars student aan de opleiding Theater Docent, zijn zeer tevreden over de workshop waarbij 'melodie' het uitgangspunt was. Roy: 'Wij krijgen op school geen muziekles, ik merk wel dat het heel leuk is.' Roel: 'En we leren speelse opdrachten die we later bijvoorbeeld op onze stage kunnen gebruiken' . Dat de samenwerking met studenten van de Popacademie iets extra's oplevert, mag duidelijk zijn. Roy: 'Zij zijn heel precies, beheersen veel muziekinstrumenten. Wij beginnen vaak gewoon en zien wel waar we uitkomen.'

De werkpresentaties van de vier workshops laten de veelvormigheid van muziektheater in al zijn facetten zien. Van een hoorspel/ervaringstheater tot de interactieve, dynamische presentatie van de Pipslabbers, van ingetogen scènes over de dood tot humorvolle muziektheaterperformances, afgeleid van bekende klassiekers. Grimmig is de scène waarin twee kinderen vertellen over de te leuke begrafenis van tante Irma. Een tweestemmig koor brengt de kinderen via een knullig abc op het idee hun kleine zusje om te brengen zodat ze nóg een begrafenis met cake hebben. 'De u is voor uitvaart, twee in één week' . De scène, die is gemaakt tijdens de workshop van Marijke Beversluis, is een schoolvoorbeeld van interdisciplinair muziektheater waarin beide disciplines een duidelijke functie hebben en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Muziektheater dat raakt ontstaat blijkbaar wanneer inhoud de vorm bepaalt. Niet andersom.

'Muziektheater moet smoel krijgen'
De studiedag op 9 april trapt af met Clare Tolsma, senior adviseur muziektheater voor Fonds Podium Kunsten. Zij schetst in 20 minuten het veld waarbinnen muziektheater zich begeeft binnen de professionele kunsten. In een notendop legt Tolsma uit welke positie het Fonds in neemt ten opzichte van de vrije sector en de gezelschappen die in de Basis Infra Structuur zitten. Ook benadrukt ze dat het belangrijk is muziektheater te definiëren en van een smoel te voorzien. 'Omdat je anders lastig je voorstelling kunt verkopen aan programmeurs en je moeilijker publiek kan genereren voor je voorstelling.' Niet onbelangrijk, want ervaring leert dat kunst en kunsteducatie zichzelf steeds opnieuw moeten legitimeren in de maatschappij. Met drastische bezuinigingen voor de deur en een populaire partij die kunst en cultuur helemaal wil schrappen, blijft het ontzettend belangrijk volgens Clare Tolsma jezelf en je werk goed te verkopen. En dat is gezien de vele gezichten die muziektheater in de praktijk heeft een absolute must. Friederieke Weisner, hoofd Beeldende Kunst, Theater en Nieuwe media van Kunstfactor, schetst de positie van muziektheater binnen de kunsteducatie en amateurkunst. Vooral binnen de jongerencultuur, bijvoorbeeld in de urbandance en de ruim 60 jeugdtheaterscholen waar het genre musical hoogtij viert, is het maken van muziektheater populair. Ook in veel community art projecten, bijvoorbeeld de voorstelling STEK van 5ekwartier in de Slachthuisbuurt in Haarlem en het project SWET in Noordoost Groningen is (beeldend) muziektheater een veel gebruikte discipline. Ook Weisner benadrukt dat de kracht van interdisciplinair werken vooral bestaat uit 'het leren van elkaars taal.' Spannende voorbeelden zijn er te over binnen de amateurkunst: muziektheaterschool GRID, een jeugdtheaterschool die zich alleen richt op het maken van muziektheatervoorstellingen, Opera Spanga en de muziektheaterlocatievoorstelling 'De Vliegende Hollander' in Appingedam.

Na het schetsen van dit landelijk kader, worden de vijf workshopleiders uitgenodigd kort te vertellen waar ze voor staan en hoe hun organisatie zich verhoudt tot het brede veld van muziektheater: Deborah Patty (Yo-opera), Marijke Beversluis (THIM), Ella Kwakkestein en Frank van Gaal (APS Kunstwerk), Floor Pots (Werkmancollege Groningen) en Wilma Sekrève (Dario Fo). De inhoud van deze vijf workshops variëert van hoorcollege tot het doen van voorbeeldlessen in de praktijk. Ella Kwakkestein en Frank van Gaal werken in 5 kwartier toe naar een presentatie waarbij drie emoticonen de basis vormen voor een muzikale dramapresentatie. De werkvorm is eenvoudig en meteen toe te passen in een drama en/of muziekles. Ook Marijke Beversluis werkt op basis van een sprookje het interdisciplinair werken nader uit. Deborah Patty legt de werkwijze van Yo-opera uit aan de hand van een aantal projecten. Prachtig materiaal biedt de documentaire 'Toonladders en Tweedeklassers' waarin Niels Vermeulen wordt gevolgd bij het maken van een opera op een VMBO-school in Kanaleneiland (Utrecht). Wilma Sekrève slaat een geheel andere toon aan. 'Ik ben helemaal niet zo van het proces, wij zijn gericht op het resultaat' . Bijna smakelijk is haar anekdote tijdens het maakproces van de 11kernenopera wanneer ze vertelt over de professionele kunstenaar die niet 'kon buigen' . Daarmee doelt zij op een bekende, professionele componist die vast hield aan zijn idee en zich niet kon verbinden met een koor uit een kleine gereformeerde gemeenschap in het Westland. Deze opmerking van Sekrève is enigszins tegen het zere been van Clare Tolsma die het in haar afsluitende woorden opneemt voor de professionele kunstenaars. 'Ik ken heel veel professionele kunstenaars die prima in opdracht kunnen werken'.

Welke les leert deze Aprilweek de (toekomstige) muziektheatermaker? Enthousiasmeer de lokale overheid voor je project. De 11kernenopera in het Westland kwam er mede door enorme bevlogenheid van de burgemeester. Schuw het gebruik van het woord 'opera' niet en voeg daar naar gelang iets aan toe. Gameopera. Vissersopera. Volksopera. Vertrek vanuit de inhoud, en blijf bij jezelf. 'In je eigen kracht blijven staan, de kracht van de ander respecteren en dan in gesprek blijven met elkaar, dan komt het goed' glimlacht Marijke Beversluis als ze probeert aan te geven wat het maken van muziektheater van haar vraagt. Clare Tolsma noemt het maken van muziektheater precisie werk. 'Als je het proces in werking hebt gezet met drie acteurs, drie musici, een tekstschrijver, componist en regisseur, speelt precisie een zeer belangrijke rol.' Hoe bovenstaande opmerkingen vorm krijgen in de praktijk, demonstreren negen studenten onbewust tijdens de voorbereiding van een scène van Goldoni's 'Knecht van twee meesters' op donderdag 8 april tijdens de workshop van Huib Folmer. De groep telt twee muzikanten van de Popacademie, zes acteurs en één regisseur van de opleiding Docent Theater: Muzikant 1: 'Ik vind eigenlijk dat je een beetje als zo'n babewatch type moet opkomen. Of is dat too much? Regisseur: 'Nee, dat vind ik niet, laten we het uitproberen.' De acteurs worden een beetje lacherig. Muzikant 2: 'Maar als wij deze zware muziek onder de gevechtsscène zetten dan klopt het niet dat jullie zo overdreven spelen.' Meisje uit het koor: 'Ok, maar nu zit de dreiging ook vooral in de muziek en niet in het spel. Kunnen jullie - tegen collega-acteurs- niet iets doen wat er echter uitziet? De scène wordt nogmaals gespeeld Muzikant 2: 'Nu de toon van de scène serieuzer wordt, moet er iets natureller gespeeld worden. Of mag ik daar niets over zeggen? Regisseur: 'Nee, natuurlijk niet, ik snap wat je bedoelt. Laten we het uit proberen.'

Een dure tak van sport en een complex maakproces. Muziektheater maken is allesbehalve eenvoudig, maar door de werkelijke bereidheid elkaars taal te leren spreken en elkaars kennis en kunde te respecteren, kan het aanbod en de kwaliteit van deze tak van sport alleen maar worden vergroot. En soms gaat dat allemaal vanzelf zoals de negen studenten in bovenstaande scène laten zien.

Op vrijdag 28 mei krijgt het denken over muziektheater en de artistiek-inhoudelijke ontwikkelingen die daarbij horen verder vorm in het openbare debat Operatie Muziektheater.
Meer informatie is te vinden op www.fondspodiumkunsten.nl

actueel
teksten
publicaties
contact